De basis van zwanger worden

Foto van stel in bed

Als zwanger worden niet vanzelf gaat, is het goed om te weten hoe het zit met je cyclus, hormonen, en de eisprong. De vrouwelijke vruchtbaarheidscyclus is namelijk een ingewikkelde samenwerking tussen organen en hormonen. De hersenen wisselen door middel van verschillende hormonen signalen uit met de eierstokken en de baarmoeder. Er spelen veel factoren mee die bepalen of een eicel wel of niet bevrucht wordt en zich innestelt. Ook bij de productie van sperma spelen hormonen een cruciale rol. De leeftijd van de vrouw speelt een grote rol, hoe jonger hoe hoger de zwangerschapskansen.

De eisprong

Een vrouw heeft twee eierstokken. In elke eierstok bevinden zich vele duizenden (onrijpe) eicellen. Deze zijn al vanaf de geboorte aanwezig en worden tijdens je leven niet meer nieuw bijgemaakt. Om elke eicel zitten kleinere cellen, deze produceren hormonen en vocht als ze actief worden. De combinatie van deze eicel met cellen en vocht noemen we follikel. Deze follikels kunnen we via een (vaginale) echo zien. Al vanaf de puberteit zijn er elke maand tientallen follikels aan het groeien. Sommige sterven af terwijl er elke maand meestal één doorgroeit (de dominante follikel).  Ook verdwijnen er elke maand honderden onrijpe eicellen uit de eierstok.

Als de hypofyse (een gebiedje in de hersenen) aan het begin van de menstruatiecyclus FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) aan het bloed afgeeft, groeien enkele follikels verder uit. Die follikelgroei zorgt ook voor de aanmaak van oestrogeen. Oestrogeen zorgt voor de groei van het baarmoederslijmvlies, zodat een bevruchte eicel zich kan innestelen.

Op het moment dat de dominante follikel rijp is, geeft de hypofyse een grote hoeveelheid LH (Luteïniserend hormoon) af. De follikel groeit hierdoor binnen twee dagen zo snel dat deze knapt: de vloeistof met de eicel komt naar buiten in de buikholte en kan opgevangen worden door een van de eileiders. Dit is de eisprong of ovulatie. De eierstokken gaan nu naast oestrogeen ook progesteron maken. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende voedingsstoffen gaat bevatten voor de eventueel innestelende bevruchte eicel.

De bevruchting

Na de eisprong is de eicel maar enkele uren ‘bevruchtbaar’. Dit betekent dat er al vóór de eisprong zaadcellen aanwezig moeten zijn in de eileider. Als je weet wanneer je eisprong meestal plaatsvindt, moet je dus juist de dagen ervoor gemeenschap hebben, hoe vaker hoe beter. Zaadcellen overleven een paar dagen en kunnen dus ook een bevruchting tot stand brengen als ze kort voor de eisprong al aanwezig zijn. De bevruchte eicel wordt door de trilhaartjes in de eileider naar de baarmoeder vervoerd om daar in te nestelen.
De tijd vanaf de eisprong tot de menstruatie is bijna altijd 14 dagen. Vrijwel alle zwangerschappen ontstaan door geslachtsgemeenschap op dag 8-14 van de normale regelmatige cyclus van circa 28 dagen (de 6 dagen voorafgaand aan de eisprong).
Direct na de eisprong krijgen de andere follikels het signaal dat ze niet meer nodig zijn. Ze stoppen met groeien en verschrompelen binnen enkele dagen.

De menstruatie

Normaal gesproken komt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd elke maand een eicel vrij uit een van de eierstokken, de zogenaamde eisprong of ovulatie. Als er geen bevruchting optreedt, daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in het bloed aanzienlijk. Als gevolg van deze daling wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten. Die bloeding noemen we menstruatie. Daarnaast zorgt de lage oestrogeenconcentratie in het bloed ervoor dat de hypofyse opnieuw wordt geprikkeld om FSH en LH af te geven. Dat is de start van de volgende cyclus.

Belangrijk: binnen de fertiliteit is de eerste dag van de menstruatie erg belangrijk, we noemen dit cyclusdag 1. Het is van belang deze datum altijd paraat te hebben. De eerste dag van de menstruatie spreken we als volgt af: de dag dat je in de ochtend (voor 12 uur ’s middags) helderrood vaginaal bloedverlies hebt.

Spermaproductie

Bij vrouwen zijn alle eicellen al vóór de geboorte aanwezig in de eierstokken. Bij mannen begint de vorming van de zaadcellen pas in de puberteit. Dit proces gaat bij gezonde mannen het hele leven door. Ook de vorming van zaadcellen wordt, net als de eicelrijping, geregeld door de geslachtshormonen FSH en LH. De aanmaak van zaadcellen in de teelballen (spermatogenese) en transport naar de bijbal duurt ongeveer 3 maanden totaal. Koorts, medicatiegebruik of andere ziekten kunnen dit proces verhinderen.

Leeftijd van de vrouw

Kortgezegd is het zo dat de vruchtbaarheid van vrouwen daalt naarmate ze ouder worden. Tussen 19 en ongeveer 32 jaar zijn vrouwen het meest vruchtbaar. De oorzaak van die dalende vruchtbaarheid is het feit dat je geboren wordt met een vaststaand aantal eicellen. Al voor je puberteit is een deel daarvan afgestorven, zoals we hierboven hebben uitgelegd. In de loop van je vruchtbare leven gaat die vermindering verder. Elke maand verlies je tijdens je cyclus een aantal eicellen. Bovendien daalt de kwaliteit van eicellen in de eierstokken onder invloed van je leeftijd, je levensstijl, milieueffecten en soms gezondheidsproblemen. Ook bij vruchtbaarheidsbehandelingen speelt leeftijd een rol, omdat je ook hierbij afhankelijk bent van de aanwezige eicellen.

> Aanmelden als nieuwe patiënten