Veel te vroeg
Karlijn: “Toen ik 27 weken zwanger was, kreeg ik op een avond buikpijn die in de loop van de nacht steeds erger werd. Vroeg in de ochtend belden we de verloskundige. Ze zei dat het misschien een blaasontsteking was, en dat ze onze kant op zou komen.”
Marijn: “Later bleek dat de verloskundige aan de manier waarop Karlijn praatte en ademde merkte dat er meer aan de hand was. Toen ze kwam, controleerde ze als eerste het hartje van de baby: dat was gelukkig goed. Vervolgens controleerde ze Karlijn en vertelde heel rustig dat we naar het ziekenhuis zouden gaan met de ambulance. Achteraf hoorden we dat de verloskundige volledige ontsluiting voelde. Ik was blij dat ze zo kalm bleef.”
Karlijn: “Alles ging ineens zo snel. In de ambulance had ik persdrang en moest ik het steeds wegpuffen. De verloskundige heeft mij de hele weg gesteund. Toen we bij het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn - mijn werkplek - aankwamen, stond er al een heel team voor mij klaar.”
Marijn: “Ik was achter de ambulance aangereden en werd opgevangen door een medewerker. Ik kwam de kamer binnen, gooide mijn jas neer en met drie keer persen was onze zoon Sem er! Toen kwamen de tranen en voelde ik angst. Wat gaat er allemaal gebeuren? Moet hij gereanimeerd worden? Gaat het wel goed? Maar hij huilde gelukkig meteen, dat was zo’n opluchting.”
Karlijn: “We mochten Sem een kusje geven en na de controles moest hij met de ambulance naar het Emma Kinderziekenhuis. Bij het Centrum voor geboortezorg waren ze ontzettend lief voor ons. Ondanks de schrik en de angst, ging het na de bevalling fysiek goed. Ze hielpen mij om me klaar te maken, we aten nog een beschuitje en daarna zijn we achter Sem aangegaan.”
Tien weken niet thuis
Karlijn: “Sem heeft de eerste tien weken in het ziekenhuis gelegen. Eerst drie weken op de intensive care van het Emma Kinderziekenhuis, toen drie weken high care in het Noordwest in Alkmaar en aansluitend nog vier weken in het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn. In die hele periode kwamen wij amper thuis. Wij logeerden in het Ronald McDonald-huis Amsterdam en een familiehuis in Alkmaar en waren elke dag bij Sem. In Hoorn mochten we eindelijk bij hem op de kamer slapen. We hebben in die periode ontzettend veel steun aan familie en vrienden gehad. Zij kookten voor ons en hebben ons echt ontzorgd.”
Marijn: “Het waren hectische en spannende weken. Sem werd zes dagen na de geboorte ziek. Hij had mogelijk een infectie
en kreeg rode plekjes op zijn huid. Ook kreeg hij moeite met ademen, waardoor hij aan de beademing moest. Toen het zo slecht ging voelde ik me compleet machteloos. Je hoopt dat het goed komt, maar dat moment vergeet ik nooit meer. Na anderhalve dag ging het beter met Sem en mocht hij van de beademing.”
Karlijn: “Toen we na zes weken naar Hoorn mochten, waren we opgelucht. We wisten dat je daar een eigen kamer krijgt waar wij als ouder ook mogen verblijven. Bovendien ken ik het Dijklander omdat ik er werk. Nu konden we echt samenzijn als gezin. De verpleging was heel gezellig en warm. Ze dachten met ons mee. Dan zei de nachtdienst bijvoorbeeld: ‘Laat ons de nachtvoeding een keer doen, dan kunnen jullie doorslapen.’ Of ze raadden ons aan er samen even op uit te gaan. ‘Jullie hebben nu een goede oppas.’ Ze waren heel zorgzaam. Ook was er ontbijt voor ons allebei. En een keer per week kwamen de Muziekmaatjes. Die kwamen bij Sems bedje muziek maken en zingen. Onze kinderarts kwam regelmatig langs om te kijken naar Sem, maar vroeg ook altijd hoe het met óns ging.”
Eindelijk thuis
Marijn: “Na tien weken mochten we naar huis. Iedereen van de afdeling kwam ons gedag zeggen en uitzwaaien. Thuis stond een ballonnenhaag en het huis was versierd.”
Karlijn: “Het was heel bijzonder om als gezin thuis te komen, maar ook spannend. De eerste twee nachten hebben we amper geslapen, je kijkt toch steeds even of hij nog ademt. Dat doen nieuwe ouders vast altijd, maar bij ons was de bezorgdheid net een beetje extra. Ik was ook best onzeker over sommige zaken. Wanneer geef je borstvoeding, flesvoeding en sonde? In het ziekenhuis kon je altijd even overleggen. Gelukkig mochten we altijd even naar de afdeling bellen met vragen. En de eerste vier dagen thuis hadden we kraamhulp vanuit de nazorgpoli van het ziekenhuis.”
Marijn: “De groei en ontwikkeling van Sem wordt niet via het consultatiebureau, maar via de couveuse nazorgpoli van het Dijklander gevolgd. Met onze eigen kinderarts en neonatologieverpleegkundige. Dat vinden we erg fijn. We hebben een warme band gekregen met de artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis, dus het is ook heel fijn om dat contact nog te hebben.”