Plasstraat

Tijdens dit spreekuur worden kinderen geholpen met plasproblemen. Het gaat vooral om kinderen die hun plas niet goed kunnen ophouden of ongemerkt plas in hun broek verliezen. Omdat de onderzoeken en gesprekken aansluitend worden gepland, heet dit geen spreekuur maar een ‘straat’.

Problemen met plassen en/of poepen is een van de meest voorkomende klachten bij kinderen die zich melden bij de kinderartsen van het Dijklander Ziekenhuis. Soms lukt het kinderen niet om zindelijk te worden. Of ze zijn zindelijk en krijgen weer last van in hun broek of bed plassen als ze wat ouder zijn. Zindelijkheid hoort net als leren lopen en praten bij de ontwikkeling van het kind. De meeste kinderen worden zindelijk tussen hun 2e en 4e jaar. Maar het ene kind is sneller in zijn ontwikkeling dan het andere kind. De kinderarts spreekt dus pas over urine-incontinentie als het kind ouder is dan 5 jaar en nog regelmatig een natte broek heeft.

Gevolgen

Urine-incontinentie heeft verschillende lichamelijke en psychologische gevolgen voor het kind. Het kan leiden tot herhaaldelijke urineweginfecties, die eventueel schade kunnen geven aan de nieren. Daarnaast geeft het schaamte en gevoel van falen bij kind en ouders. Bovendien kan het problemen geven op school als het kind nog niet zindelijk is. Ook kunnen kinderen worden gepest vanwege het verlies van urine, durven ze niet te spelen of slapen bij vriendjes of durven niet mee te gaan op schoolkamp.

Verwijzing

Urine-incontinentie en bedplassen is vaak goed te verhelpen door de standaardadviezen die de huisarts of centrum voor Jeugd en Gezin kan geven. Maar als deze standaardadviezen geen effect hebben, dan is verwijzing door de huisarts naar de plasstraat van het Dijklander Ziekenhuis een goede optie.

Foto van Berdy Tuiterd

Foto van Menco Weismuller

Foto van Jantien Korlaar

Berdy Tuitert
kinderarts
Menco Weismuller
kinderarts
Jantien van Korlaar
urotherapeut


Verschillende invalshoeken
Kinderen met urine-incontinentie hebben bij de eerste afspraak een gesprek met de kinderarts en urotherapeut, ze worden lichamelijk onderzocht en er worden praktische adviezen gegeven. Vervolgens wordt er een plan van aanpak opgesteld. De problematiek kan complex zijn. Daarom is er indien nodig een multidisciplinaire aanpak. Dit betekent dat speciaal opgeleide mensen vanuit verschillende invalshoeken in een team het kind verder helpen. In het Dijklander Ziekenhuis bestaat dat uit een kinderarts, een urotherapeut, een pedagogisch medewerker, een kinderpsycholoog of een bekkenfysiotherapeut. Als het nodig is bespreken zij de behandeling van patiënten met een kinderuroloog uit de academische ziekenhuizen. In sommige gevallen is er sprake van een onderliggende gedragsstoornis zoals ADHD of autisme. Dan werken we samen met de kinderpsychiaters en psychologen van verschillende GGZ-instellingen in de regio aan een oplossing van de problemen. Vanaf de leeftijd van 7 jaar kunnen kinderen een speciale poliklinische training doen om droog te worden.

Plasklas
In het Dijklander Ziekenhuis worden kinderen geholpen om hun gedachten over het plassen en poepen en hun gedrag aan te passen. Sommige kinderen gaan naar de speciaal opgezette plasklas. Daarin leren kinderen veel van elkaar en zien ze ook dat ze niet de enige zijn.

Oorzaken urine-incontinentie

Bij het merendeel van de kinderen die nog in zijn broek plast, is er geen sprake van een lichamelijke afwijking. Wij spreken dan van functionele urine-incontinentie.
Er zijn verschillende oorzaken van urine-incontinentie:

  • Ophoudgedrag: voor veel kinderen is het leven buiten het toilet belangrijker dan op het toilet. Zij stellen het moment zo lang mogelijk uit om naar de wc te gaan om te plassen en/of te poepen en doen dat vervolgens zo snel mogelijk om weer verder te kunnen spelen. Dit is een belangrijke oorzaak van urine-incontinentie.
  • Obstipatie: verstopping voor ontlasting zorgt voor een uitgezet laatste deel van de darm. De darm en de blaas ‘vechten’ om de meeste ruimte onder in de buik, het kleine bekken. Indien de darm is uitgezet prikkelt het de blaas om urine te lozen of de blaas heeft onvoldoende ruimte om goed te vullen waardoor de blaas overloopt en er sprake is van verlies van urine.
  • Functionele urine-incontinentie:
    • overactieve blaas: het kind moet vaak kleine porties plassen vanwege een klein blaasvolume
    • dysfunctional voiding waarbij het kind zijn bekkenbodem spieren niet goed kan ontspannen
    • hypoactieve blaas: sprake van een uitgerekte blaas die zeer veel urine kan opslaan en vervolgens overloopt
    • stressincontinentie dat optreedt tijdens niezen, springen of persen
    • giechelincontinentie, waarbij het kind urine verliest tijdens het lachen
  • Anatomisch: een aangeboren afwijking van de plasbuis, blaas of de sluitspier.
  • Neurologisch: een afwijking aan het zenuwstelsel waardoor het kind urine verliest.

Bedplassen

Bedplassen kan een op zich zelf staand probleem zijn of onderdeel zijn van een verkeerd plas- en/of poeppatroon overdag. Bedplassen kan worden veroorzaakt door een vertraagde rijping, een overactieve blaas waardoor het blaasvolume klein is of door een tekort aan een hormoon waardoor het kind ’s nachts teveel urine maakt.

De plasstraat

Kinderen die door de huisarts verwezen worden naar de kinderarts vanwege urine-incontinentie of bedplassen worden gezien in de plasstraat. Dat heet zo omdat wij proberen alle gesprekken en onderzoeken op één dag te laten plaatsvinden. Bij de eerste afspraak hebben het kind en de ouders een gesprek met de kinderarts en urotherapeut. Een urotherapeut is een verpleegkundige die een speciale opleiding heeft gevolgd voor plasproblematiek bij kinderen. De urotherapeut geeft tijdens het eerste gesprek alle standaardadviezen. Vervolgens vindt er een lichamelijk onderzoek plaats door de kinderarts. Voorafgaand aan het bezoek aan de plasstraat wordt een vragenlijst opgestuurd en is het verzoek een vochtlijst bij te houden. Op deze vochtlijst is het de bedoeling dat gedurende twee dagen wordt bijgehouden hoeveel het kind drinkt, hoe vaak het plast en hoeveel milliliter er per keer wordt geplast. Dit kan worden bijgehouden door in een maatbeker te plassen. Deze vochtlijst geeft ons een goed inzicht wat de oorzaak is van de urine-incontinentie. Het is van belang dat u deze lijsten zorgvuldig invult en minimaal een week voor de afspraak terugstuurt.

Uroflow

Tijdens het bezoek aan de plasstraat is het verzoek dat het kind met een volle blaas komt door 2 uur voor de afspraak 1-2 glazen te drinken. Om een beter inzicht te krijgen in het plaspatroon van het kind zal hij/zij namelijk een uroflow moeten plassen. Dit is een soort plascomputer waarbij het kind in een trechter plast en de plasstraal kan worden beoordeeld. Vervolgens maakt de urotherapeut via een klein echoapparaat een scan van de blaas om te beoordelen of de blaas goed is leeg geplast. Mogelijk vindt er ook nog onderzoek plaats van de urine en kan het nodig zijn om op een later moment een echo te maken van de nieren en blaas door de radioloog. Al deze onderzoeken zijn niet pijnlijk en leiden niet tot schade aan het kind. Aan het einde van de plasstraat stellen we een behandelplan op.

Plasklas

Voordat we overgaan op behandeling, worden de kinderen vaak eerst gezien in de plasklas. In die plasklas krijgen meerdere kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd extra les van de urotherapeut en een pedagogisch medewerker over een normaal plaspatroon. Tijdens de plasklas leren de kinderen veel van elkaar en zien dat zij zeker niet de enige zijn met dit probleem. Daarnaast geeft de plasklas ons meer inzicht in de oorzaak van de urine-incontinentie. Dat komt door een goede observatie en ook omdat de bedoeling is dat de kinderen tijdens de plasklas meerdere uroflows plassen.

Behandeling

Alle kinderen en hun ouders krijgen de standaardadviezen van de urotherapeut. Dit kan soms voldoende zijn om het verlies van urine overdag en of ‘s nachts te verhelpen. Maar de problematiek kan complex zijn. Dat betekent dat speciaal opgeleide mensen vanuit verschillende invalshoeken in een team het kind verder helpen. In het Dijklander Ziekenhuis bestaat dat naast een kinderarts en urotherapeut uit een pedagogisch medewerker, een kinderpsycholoog en een bekkenfysiotherapeut. Als het nodig is vindt een bespreking plaats met een kinderuroloog uit een academisch ziekenhuis.

Training

Vanaf de leeftijd van 7 jaar kunnen kinderen een speciale poliklinische training doen om overdag droog te worden. Tijdens die training leren de kinderen zelf de aandrang om te plassen te herkennen en daarop te reageren. Maar ook moet er een gedragsverandering plaatsvinden, waarbij het kind anders en bewuster leert te reageren op aandrang om te plassen of het verlies van urine. Andere opties zijn medicatie, een verwijzing naar een bekkenfysiotherapeut, een verwijzing naar een kinderuroloog in een academisch ziekenhuis of evaluatie door een kinderpsycholoog.
Betreffende bedplassen zijn er verschillende behandelopties: het aanpakken van het plaspatroon overdag, concentratie oefeningen, medicatie, evaluatie door een kinderpsycholoog of verwijzing naar de GGD voor de begeleiding van het gebruik van een plaswekker.

Urine-incontinentie en gedragsstoornis​​

Urine-incontinentie komt veel voor bij kinderen met een gedragsstoornis als ADHD, ADD of autisme. Deze groep kinderen vraagt om een specifieke benadering van de urine-incontinentie. Een gecombineerde aanpak van de gedragsstoornis en de urine-incontinentie is dan heel belangrijk. Wij werken dan ook nauw samen met kinderpsychiaters en kinderpsychologen van verschillende GGZ-instellingen in de regio aan een oplossing van de problemen.

Vragen?

Bij vragen kunt u contact opnemen met de polikliniek Kind en Jeugd via tel. 0229 25 7540.

Standaardadviezen

  • neem de tijd om naar de wc te gaan en houd je poep en plas niet te lang op
  • ga rustig en ontspannen op het toilet zitten
  • zet je voeten op de grond of op een bankje.
  • je bovenbenen moeten plat op de toiletbril rusten.
  • niet persen tijdens het plassen.
  • in een rustige straal plassen, in één keer en niet tussendoor stoppen
  • span je buikspieren niet aan door zachtjes te fluiten of te blazen
  • ga zes of zeven keer per dag plassen
  • goed naar de seintjes van je blaas luisteren:1-2-3, moet ik wel of moet ik niet?
  • drink 1200 tot 1500 ml per dag
  • maak tijd voor de zindelijkheidstraining en word nooit boos bij ongelukjes
  • ook op school naar de wc gaan. Juf of meester inlichten over plasprobleem