"Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders heb gewild dan in de zorg werken. Met mijn havodiploma op zak solliciteerde ik bij het Sint Jans Gasthuis voor een werken-en-leren-traject. Na drie maanden kwam ik officieel in dienst van het ziekenhuis. Dat was in december veertig jaar geleden. Ik heb nooit spijt gehad.
Maar hoe graag ik ook in de zorg wilde werken, het was in die tijd niet vanzelfsprekend dat je een baan zou vinden. De werkeloosheid was hoog en het zag ernaar uit dat ik na mijn opleiding ontslagen zou worden. Gelukkig kon ik voor een jaar terecht op de afdeling gynaecologie. Daarna had ik het geluk dat ik de opleiding tot IC-verpleegkundige kon doen. De hectiek van die afdeling in combinatie met de zorg voor patiënten trok me erg aan.
“Op zondag het haar van je patiënten in de krul zetten, is er nu niet meer bij”
Het klinkt gek, maar op de IC miste ik het contact met de patiënten, die veelal kunstmatig in slaap werden gehouden. Daarom maakte ik de overstap naar de hartbewaking, waar je wel een band kon opbouwen met je patiënten. Het was een tijd waarin overal in het land hartfalenpoli’s werden opgericht. De vacature die hier in het ziekenhuis vrijkwam was een schot in de roos. Ik heb de hele hartfalenpoli van de grond af aan opgebouwd. Een poli die in 22 jaar tijd is uitgegroeid tot een volwaardige poli.
Ja, ik heb wel eens gedacht om weg te gaan bij het ziekenhuis. Maar dan kom je al snel in Amsterdam terecht, met twee uur reistijd per dag. Dat was het me niet waard. Bovendien: ik had – en heb – het heel erg naar mijn zin in het ziekenhuis, waar ik me volop kan ontwikkelen. Ook de hartfalenpoli kent veel ontwikkelingen, dus voorlopig is het uitdagend genoeg. Ik heb niet de behoefte om weg te gaan.
Het grootste verschil tussen vroeger en nu? De patiënt van nu is echt een andere dan die van vroeger. Vroeger vonden we iemand van 80 oud, nu zijn patiënten vaak al 90. Ook hebben patiënten vaak meerdere aandoeningen, wat het complexer maakt. En in het ziekenhuis gaat het er ook anders aan toe. Het is hectischer, patiënten worden veel sneller weer ontslagen. Vroeger lag je met een nieuwe heup makkelijk zes weken in het ziekenhuis; nu sta je soms dezelfde dag al buiten. Op zondag het haar van je patiënten in de krul zetten, is er nu niet meer bij.
"Bij patiënten thuis maak je van alles mee."
Sommige patiënten blijven je altijd bij. De doelgroep op onze poli heeft vaak een slechte prognose; je loopt met je patiënten mee in een heel kwetsbare fase van hun leven. Dat maakt veel indruk en is tegelijkertijd heel waardevol. Soms lukt het patiënten niet meer om naar het ziekenhuis te komen of zitten ze in de terminale fase. Dan komen we ook bij de patiënten thuis en daar maak je van alles mee. Zo was er een straatarme vluchtelinge uit Azerbeidzjan die de hele dag in de keuken stond als ze wist dat ik kwam. En als ik wegging, kreeg ik een bakje eten mee voor dokter Dekkers. Zulke mensen vergeet je nooit meer."

In de Dijklander Zomerserie ‘toen en nu’ vertellen een aantal Dijklanders over hun carrière binnen het ziekenhuis. De gemene deler: allemaal zijn zij al ten minste veertig jaar in dienst bij het ziekenhuis. Wat zijn de grootste verschillen tussen het werken toen en nu? En welke anekdotes zijn hen bijgebleven? In deze aflevering vertelt Riet Schouten haar verhaal. Riet startte in 1981 in het Sint Jans Gasthuis in Hoorn en werkt momenteel als verpleegkundig specialist op de polikliniek cardiologie.