Loopbaan
‘Ik was 17 jaar toen ik in 1977 met mijn ouders vanuit Drenthe naar Ursem verhuisde. Ik was door de verhuizing gezakt voor de mavo en wilde graag in het ziekenhuis werken. Het was in die tijd moeilijk om een baan in een ziekenhuis te vinden. Via een kennis van mijn vader kwam ik bij het St. Jans Gasthuis terecht. Ik deed toen nog de avondmavo, maar kon al beginnen als voedingsassistente (nu servicemedewerkster) op de afdeling Interne geneeskunde. In september 1978 begon ik mijn opleiding tot verpleegkundige. Ik heb tijdens mijn opleiding op verschillende afdelingen gewerkt en ging na het behalen van mijn diploma op afdeling Neurologie werken.’
‘Op afdeling Neurologie heb ik het erg naar mijn zin gehad. We hadden een leuk team en er was ook genoeg ruimte voor humor. Toen in 1985 mijn zus op jonge leeftijd aan kanker overleed, wilde ik een vrolijkere werkomgeving. De afdeling Neurologie vond ik op dat moment te zwaar, omdat ik daar veel herinnerd werd aan mijn eigen verdriet. Ik heb dat met mijn leidinggevende besproken en mocht toen op de verloskunde werken. Daar heb ik 38 jaar met veel plezier gewerkt. Ik heb ontelbaar veel baby’s en ouders geholpen. Een heel bijzonder, mooi en dankbaar beroep.’
Toen en nu
‘Er is veel veranderd door de jaren heen. Ik heb vroeger zelfs biefstukjes gebakken op een kookstelletje op de verpleegafdeling voor kraamvrouwen die door teveel bloedverlies een lage HB-waarde hadden (ijzertekort). In de tijd van het St. Jans werkten er nog nonnen in het ziekenhuis. Ik woonde toen in de zusterflat naast het ziekenhuis. Ja, die had je in die tijd. Veel verpleegkundigen in opleiding kozen er toen voor om in die flat te wonen. Het was goed te combineren met je wisselende diensten en met mijn 18 jaar was het ook fijn om met elkaar te wonen. Je had in de flat een eigen kamer en een gezamenlijke woonruimte. Bij de voordeur stond een portier om ons bezoek in de gaten te houden en erop toe te zien dat mannen de flat voor de nacht hadden verlaten. Er was een mentrix die je eigenlijk als een soort moeder-type kunt omschrijven. Het was een hele gezellige tijd en jaarlijks wordt er nog steeds een reünie georganiseerd met mijn opleidingsgroep tot verpleegkundige.’
Trots
‘Ik kijk met heel veel plezier en trots terug op mijn carrière. Ik heb door de jaren heen geleerd om goed voor mezelf te zorgen en daardoor is het werk altijd leuk gebleven. Om een voorbeeld te noemen; 15 jaar geleden kwam er een verandering in de regelgeving waardoor je alleen met een specialisatie Obstetrie op zak bij baringen mocht helpen. Ik mocht die opleiding doen. Na het afronden van een aantal modules, koos ik ervoor om de opleiding niet af te maken. Dat betekende ook dat ik niet meer bij baringen mocht helpen. Iets wat ik altijd heel leuk vond aan mijn werk. Het was een lastige beslissing, maar ik kwam net uit een burn-out en mijn gezondheid ging voorop. Het blijft een fantastisch baan waarin je veel voor ouders en hun kinderen kan betekenen. Ik ben dan ook nooit het plezier in mijn werk verloren. De laatste jaren ben ik meer avonddiensten gaan werken, zodat ik overdag meer tijd had voor ontspanning. Die ruimte kreeg ik ook en dat zorgde voor een fijne werk-privé balans.’
‘Het was dan ook een emotionele laatste werkdag, maar wel een hele fijne. De collega’s hebben een geweldig afscheid voor mij georganiseerd. En nu? Eerst maar even wennen aan het idee dat ik met prepensioen ben gegaan. Dat besef ik nog niet helemaal. En natuurlijk genieten van mijn vrije tijd en hobby’s!’
In de Dijklander Zomerserie ‘Trots en trouw’ vertellen Dijklanders over hun carrière binnen het ziekenhuis. De gemene deler: ze gaan of zijn met pensioen. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan binnen de zorg? Hoe hebben zij het werken in een ziekenhuis ervaren? In deze aflevering vertelt Irma Rijpma haar verhaal. Irma startte in 1977 in het St. Jans Gasthuis. Het grootste deel van haar carrière (38 jaar) werkte zij als verpleegkundige bij het Centrum voor geboortezorg (voorheen de afdeling Verloskunde). Deze week ging zij met prepensioen.