“Als slapen niet lukt, ben ik er”

Zomerserie 'Nachtwerkers'
Als het buiten donker is, wil oncologieverpleegkundige Ingrid Meester graag een lichtpuntje zijn voor haar patiënten en hun naasten. “Als ik iets heb geleerd van het werken in de nacht, is dat je met een subtiel gebaar – al is het nog zo klein – echt het verschil kunt maken.

Ingrid Meester (56) werkt sinds 2015 als verpleegkundige in het Dijklander Ziekenhuis, waarvan de laatste jaren als oncologieverpleegkundige op de verpleegafdeling Longgeneeskunde op locatie Hoorn. Elke maand draait zij met veel plezier 4 tot 6 nachtdiensten. En dat al 27 jaar.

“Het draaien van nachtdiensten vind ik geen enkel probleem. Sterker nog: mijn voorkeur gaat uit naar nachten en avonden. Tijdens zulke diensten heb je een grote verantwoordelijkheid en werk je heel zelfstandig. Anders dan overdag zijn er minder tot geen andere disciplines op de afdeling en artsen zijn alleen op de achtergrond aanwezig. Je bent meer op jezelf en je collega’s aangewezen. We hebben een heel hecht team en hoewel je zelden met dezelfde collega’s in de nacht staat, vullen we elkaar altijd goed aan.”

Klein gebaar

“Het mooiste van het werken in de nacht is dat je veel voor je patiënten kunt betekenen. Voor hen is slapen het beste medicijn en als dat niet lukt, dan ben ik er. Ook zijn patiënten soms benauwd, angstig of allebei. Ook dan is het fijn als ik er voor ze ben. De nachtdiensten hebben mij geleerd dat een klein gebaar wonderen kan doen: iemand die bang is geruststellen, een hand vasthouden, een kort praatje of een kopje thee halen als iemand vroeg wakker is. En als het nodig is, dan kan ik in overleg met de arts medicatie geven.”

“In de nacht sta ik niet alleen voor patiënten klaar, maar ook de aandacht die ik kan geven aan familie en naasten geeft me energie. Veel behandelingen voor longkanker vinden op de polikliniek plaats, dus op de verpleegafdeling zien we vooral patiënten met wie het slecht gaat. In de laatste fase van iemands leven, kan ik er zijn voor de patiënt en zijn of haar naasten. En soms is er geen familie als iemand sterft. Dan ga ik extra vaak naar binnen en hoop ik dat iemand niet alleen is als het zover is. Daarom heb ik dit vak gekozen. Je kunt echt het verschil maken, als is het nog met zoiets kleins.”

Geen medelijden

“Sommige mensen hebben medelijden als ik nachtdienst heb, maar ik vind mezelf absoluut niet zielig. Het hoort erbij en juist die afwisseling maakt het werk aantrekkelijk. En het helpt dat ik goed slaap overdag. Na de nachtdienst stap ik in de trein en daarna fiets ik in een kwartiertje naar huis. Ik klets vaak nog wat met mijn man, die ook verpleegkundige is en ik lees nog kort de krant. Rond 9.00 uur ga ik naar bed en om 18.30 uur maakt mijn man mij wakker. Dan eten we samen, vaak een lichte maaltijd. En rond 23.00 uur begin ik dan weer aan mijn volgende nachtdienst.”

“Tijdens een blok van nachtdiensten staat mijn sociale leven stil. Dat weet mijn omgeving ook. Ik ga niet naar verjaardagen, sport niet en spreek niks af. De combinatie van goed slapen, gezond eten en ontspanning is voor mij belangrijk. Ik moet ook medicatie controleren en klaarmaken en dat moet zorgvuldig gebeuren. Om geen fouten te maken heb je concentratie nodig. Voor mij werkt het perfect op deze manier. En dat al 27 jaar.”

In de Dijklander Zomerserie ‘Nachtwerkers’ vertellen Dijklanders over hoe het is om in de nacht te werken als de rest van Nederland slaapt. Want dan draait het Dijklander Ziekenhuis gewoon door. Wat gebeurt er eigenlijk in de nacht? Wat maakt de nacht zo bijzonder om te werken? En welke nachtdienst vergeten zij nooit meer? In deze laatste aflevering vertelt Ingrid Meester, oncologieverpleegkundige op de longafdeling, over wat haar energie geeft in de nacht.