
Francisca van Putten (61) werkt al ruim veertig jaar in de zorg. Na haar start als ziekenverzorgende en tien jaar op een verpleegafdeling kwam ze in 1999 naar het Niercentrum van het Dijklander Ziekenhuis. Daar groeide ze uit tot gespecialiseerd verpleegkundige. Vanaf haar 22e draaide ze nachtdiensten, tot ze daar bijna vijf jaar geleden mee stopte.
Juist door de stilte blijf je alert
"De nachtdienst hoorde gewoon bij het vak. Daar dacht je eigenlijk niet over na. Op een verpleegafdeling draaide ik gemiddeld drie of vier nachten per maand. In mijn eerste jaren werkte je zelfs nog zeven nachten achter elkaar. Later veranderde dat gelukkig, omdat steeds duidelijker werd hoeveel invloed nachtdiensten hebben op je gezondheid en je biologische ritme.
Op het Niercentrum zag een nachtdienst er heel anders uit dan op een verpleegafdeling. Op een verpleegafdeling is er elke nacht een nachtdienst en op het Niercentrum hadden we maar vier nachten per week nachtdialyse (een behandeling waarbij een machine het bloed zuivert). Als iedereen was aangesloten, begon eigenlijk het waken. Samen met een collega hield je voortdurend de patiënten en de dialysemachines in de gaten. We zorgden ervoor dat alles rustig bleef verlopen, zodat de patiënten konden slapen. Tegen de ochtend sloten we iedereen weer af, zodat de dagdienst meteen aan het werk kon.
De dynamiek van de nacht was totaal anders dan overdag. Dan is het ziekenhuis vol artsen, bezoekers, telefoons en onderzoeken. In de nacht verdwijnen al die prikkels. De gangen zijn stil en ieder geluid valt op. Juist daardoor blijf je voortdurend alert. Een rustige nacht kan ieder moment omslaan.
Het contact met collega's in de nachtdienst is ook anders. Je werkt heel nauw samen en hebt vaak gesprekken die verder gaan dan overdag. Over privé, hobby's en het leven. Je gaat sneller de diepte in, al hangt het natuurlijk wel af van met wie je werkt.”
Pakketje met fossiel uit het Carboontijdperk
"Het mooiste van de nachtdienst vond ik het contact met patiënten. Overdag is er zoveel dat moet gebeuren, in de nacht is het ziekenhuis stil. Mensen liggen wakker, maken zich zorgen of denken na over wat hun ziekte betekent. Dan heb je soms de tijd om naast iemand te gaan zitten, een gesprek te voeren of gewoon even aanwezig te zijn. Dat is minstens zo belangrijk als de medische zorg.
Ik herinner me een man op de longafdeling die niet meer beter zou worden. Zijn zoon waakte bij hem. Ik heb hem uitgelegd wat er gebeurde, waar wij als verpleegkundigen op letten en wat hij zelf voor zijn vader kon doen. Tussendoor maakte ik een broodje en soep voor hem en vroeg ik hoe het met hém ging. Voor mij voelde dat heel vanzelfsprekend.
Een paar weken nadat zijn vader was overleden, lag er een pakketje voor mij op kantoor. Zijn vader bleek een bekende bioloog te zijn geweest. In het pakket zat een fossiele schelp uit het Carboontijdperk, met een brief waarin de zoon schreef hoeveel de aandacht in die nacht voor hem had betekend. Ik was er stil van. Voor mijn gevoel had ik gewoon mijn werk gedaan, maar toen besefte ik opnieuw hoeveel verschil kleine dingen voor iemand kunnen maken. De schelp heb ik nog steeds."
Vermoeidheid kan verraderlijk zijn
"Werken in de nacht vraagt veel van je lichaam. Toen ik jong was, sliep ik na een nachtdienst moeiteloos. Later werd dat steeds lastiger. Mijn slaapkamer moest helemaal donker zijn en voor de eerste nachtdienst sliep ik altijd alvast een paar uur. Na mijn dienst reed ik naar huis, douchte ik en ging ik meteen naar bed. Je probeert zo goed mogelijk te slapen, goed te eten en ook nog een leven naast je werk te houden. In de winter voelde ik me soms echt een mol: je gaat in het donker naar je werk en je komt in het donker weer thuis.
Het zwaarste vond ik het slapen overdag en het omschakelen naar een dagritme na een nachtdienst. Op het Niercentrum draaide ik één losse nachtdienst per maand, dat was voor mij prima. Zo
wen je niet makkelijk aan dat ritme. Na de dienst sliep ik een paar uur, en dan begon mijn dag alweer. Ik kon ook twee nachtdiensten achter elkaar draaien, maar dat werkte niet voor mij.
De vermoeidheid kan verraderlijk zijn. Ik ben ooit de parkeergarage uitgereden zonder te merken dat ik met de auto langs de vangrail schuurde. Pas thuis zag ik de enorme kras. Dat is wat nachtdiensten met je doen. Het is een onnatuurlijk ritme.
Toch kijk ik met heel veel plezier terug op die jaren. Juist in de nacht heb je de tijd om écht aandacht te geven. Dat is misschien wel het mooiste van werken als de rest van de wereld slaapt."
In de Dijklander Zomerserie ‘Nachtwerkers’ vertellen Dijklanders over hoe het is om in de nacht te werken als de rest van Nederland slaapt. Want dan draait het Dijklander Ziekenhuis gewoon door. Wat gebeurt er eigenlijk in de nacht? Wat maakt de nacht zo bijzonder om te werken? En welke nachtdienst vergeten zij nooit meer? In deze aflevering vertelt Francisca van Putten, gespecialiseerd verpleegkundige op het Niercentrum, over haar nachtelijke belevenissen in het ziekenhuis.