‘Juist mijn niet medische achtergrond was indertijd een pre’

Trudie Stolp toen

Trudie Stolp heeft in de 36 jaar dat ze in het ziekenhuis werkte, zowel de zorgkant als de kant van de ondersteuning gezien. ‘Ik ben eigenlijk best trots met wat ik bereikt heb. Ik was niet ambitieus en heb me pas op latere leeftijd ontwikkeld, o.a. hbo-opleiding management gedaan. Als teamleider heb ik me zeker in mijn beginperiode met veel poli’s onder mijn hoede, uit de naad gewerkt. Uiteindelijk zelfs hoofd geworden en dan denk ik nu wel eens, ben ik dat?! Bij mijn afscheid zeker gemerkt en gevoeld dat dit heel erg gewaardeerd werd. Een mooier afscheid kon ik me niet wensen!’ 

‘Ik ben eigenlijk nog maar net weg hè, en mede door het mooie weer begin juli, voelt het voor mij echt nog alsof ik vakantie heb. Ik heb nog best veel contact met de mensen waarmee ik werkte, veel etentjes gekregen voor mijn afscheid, en als ik het ziekenhuis inloop voelt dat allemaal nog heel eigen en vertrouwd. Het is nog wel echt mijn ziekenhuis, Purmerend nog steeds een beetje meer.’

Zonder medische ervaring

‘Eigenlijk ben ik per toeval het ziekenhuiswereldje ingerold. De kinderen waren weliswaar nog niet allemaal schoolgaand, maar ik wilde eigenlijk wel weer wat doen. Mijn toenmalige man, Frank de Groot, was goed bevriend met Louis Engels, toentertijd hoofd van afdeling Chirurgie in het ziekenhuis (red: en later een van de gipsverbandmeesters van het Waterlandziekenhuis). Hij zocht een afdelingssecretaresse, liefst eentje zonder medische achtergrond. Hij wilde niet dat een afdelingssecretaresse kon interpreteren wat er in de dossiers stond, daar had hij slechte ervaring mee. Dus zo rolde ik erin, dat was in augustus 1987 in het toenmalige Liduina ziekenhuis in Purmerend.’

Trots

‘Ondanks dat ik er zo inrolde heb ik daarna nooit meer overwogen om weg te gaan. Zulk mooi werk en heel veel leuke en lieve collega’s. Ik heb verschillende functies bekleed; van afdelingssecretaresse, naar de rol van teamleider op de poli chirurgie/orthopedie/vaatlab en anesthesie.’

‘Tot het moment dat de zorgafdeling met de bijhorende poli’s werden samengevoegd tot één afdeling. Dit paste niet bij mij en kreeg ik de kans om over te stappen naar de afdeling Facilitair bedrijf. Ik werd afdelingshoofd van het Medisch archief, Patiëntservicepunt (PSP), Facilitair servicepunt en Receptie/telefonie. Na de fusie ben ik daarin doorgegroeid, ging de afdeling medisch archief over naar de afdeling administratie, PSP werd Bureau Zorgervaring en ging over naar de afdeling Kwaliteit en voor mij kwamen de vrijwilligers erbij. En dan beide locaties. Juist al die verschillende stappen maakte het werk zo leuk. De fusie vond ik wel spannend, het werd allemaal wel groot en mijn naaste collega’s gingen bijna allemaal weg, maar met de nieuwe collega’s voegde het gewoon ook weer heel leuk.’

Toen en nu

‘Binnen het Waterlandziekenhuis vond ik de wandelgangencultuur heel fijn. Je kon tijdens een loopje gewoon even een praatje maken en iets afstemmen, nu gaat alles veel meer via formele en officiële lijnen. En bij het Liduina was het allemaal nog kleiner. Toentertijd lagen er 10-12 mensen op een zaal. En alles door elkaar, veel lichtere zorg ook en dus tijd en ruimte voor flauwe grapjes. Elkaar opwachten met een injectiespuit met water bijvoorbeeld. En wat ik me ook herinner is dat je vroeger, voor het digitale tijdperk, alle vloeistoffen die in een infuus moesten met kleurtjes en symbolen moest bijhouden op een papieren vocht/pols lijst in het medisch dossier. Dat dit toen op die manier gedaan werd. Zo gek als je daar nu aan terugdenkt.’

‘Er is nu denk ik geen tijd meer voor flauwe grapjes uithalen met elkaar of met patiënten, het is allemaal serieuzer geworden. De zorgzwaarte is ook toegenomen. De marktwerking draagt hier ook niet aan bij. Je wilt er zijn voor de patiënt en dat wordt door alle regels die opgelegd worden nu wel eens uit het oog verloren. De ontwikkelingen gaan snel. Ik denk dat we toch nog te vaak voor een patiënt denken in plaats van een patiënt te betrekken en gewoon te vragen, hoe wil u het?’

Voelt nog als vakantie

‘Ik mis het werken (nog) niet. Ik denk ook dat het komt omdat ik het goed heb kunnen achterlaten. Ik weet dat het in goede handen is en dat de dames van de afdelingen het prima zelf kunnen. Ik heb ook geen zorgen daarover, kon het goed loslaten. Wat ik wel mis zijn de praatjes met de collega’s. Dus als ik ze dan spreek, dan is het toch wel weer leuk om de draad weer op te pakken. Ik kijk op een super mooie tijd in het ziekenhuis terug!’

Trudie Stolp nu

In de Dijklander Zomerserie ‘Trots en trouw’ vertellen Dijklanders over hun carrière binnen het ziekenhuis. De gemene deler: ze gaan of zijn met pensioen. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan binnen de zorg? Hoe hebben zij het werken in een ziekenhuis ervaren? In deze aflevering vertelt Trudie Stolp haar verhaal. Trudie startte in 1987 zonder medische achtergrond en werd uiteindelijk afdelingshoofd.