Ethiek in het ziekenhuis

foto van koppel

Het ziekenhuis heeft veel regels en richtlijnen voor medische zorg, behandelingen en gedrag om zo goed mogelijk hulp te verlenen aan mensen die zich in een kwetsbare en hulpbehoevende situatie bevinden. Er zijn verschillende protocollen voor zorg en medische behandelingen. 

Protocollen voor zorg en medische behandelingen

Gedrag

In ons ziekenhuis willen we dat iedereen zich welkom en veilig voelt. We hebben regels over hoe we met elkaar omgaan en wat we van elkaar kunnen verwachten. Deze regels zijn vastgelegd in een gedragscode voor medewerkers en huisregels voor patiënten en bezoekers. 

We delen deze huisregels met onze patiënten en bezoekers in ons ziekenhuis en via onze website. We vragen aan onze patiënten en bezoekers om zich aan deze regels te houden.

Diversiteit en inclusiviteit

Het Dijklander Ziekenhuis is er voor iedereen, ongeacht wie je bent. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, hoe je eruitziet, wat je gelooft, of wat je geaardheid is. We willen dat alle patiënten en medewerkers zichzelf kunnen zijn.

LHBTI+ en Roze in Wit

We willen dat iedereen zich veilig en gerespecteerd voelt, ongeacht hun seksuele geaardheid en genderidentiteit. 

Sommige medewerkers, zowel LHBTI+ als niet-LHBTI+, hebben zich aangesloten bij 'Roze in Wit'. Dit initiatief streeft naar meer bewustwording en zichtbaarheid van LHBTI+ in de gezondheidszorg. Roze in Wit zet zich in om de veiligheid en acceptatie van LHBTI+-patiënten en artsen (in opleiding) op de werkvloer te vergroten. Voor het ziekenhuis wappert de regenboogvlag om de acceptatie van seksuele diversiteit zichtbaar te maken.

Diversiteit in culturen en levensovertuigingen

Soms hebben patiënten en hun naasten vanwege hun (geloof- of levens)overtuigingen andere wensen. Het is belangrijk om samen te praten over een oplossing. Als het nodig is kan ook een geestelijk verzorger bij dit gesprek aanwezig zijn.

Wilsbekwaam en wilsonbekwaam, hoe zit dat?

Voor medische behandelingen is altijd toestemming van de patiënt nodig. Bij de vraag wie de beslissing neemt, maken we onderscheid tussen de wilsbekwame en de wilsonbekwame patiënt.

De wilsbekwame patiënt

Een patiënt is wilsbekwaam wanneer er begrip is van de ziekte en de (gevolgen van) behandeling, en er zelfstandig een beslissing kan worden genomen. Een wilsbekwame patiënt kan zelf aangeven of behandeling in acute situaties gewenst is of niet.

De medisch specialist is verplicht duidelijke informatie te geven over de situatie en goed te controleren of deze informatie begrepen wordt. Als de patiënt daarna aangeeft geen behandeling te willen, wordt dit in het dossier vastgelegd. Ook in acute situaties vindt dan geen behandeling plaats.

De wilsonbekwame patiënt

U bent (als patiënt) wilsonbekwaam als u (tijdelijk of langdurig) niet in staat bent om zelfstandig een beslissing te nemen over een behandeling. Dit kan wanneer:

  • U de informatie niet meer begrijpt en voor-en nadelen niet goed kan afwegen. 
  • U niet begrijpt wat de gevolgen van een besluit zijn.
  • U buiten bewustzijn bent, in coma ligt of dat u door ziekte/verwonding niet in staat bent informatie te verwerken of te communiceren.

In het geval dat u (als patiënt) niet meer in staat bent uw eigen belangen te behartigen, kan een bekende (een vertegenwoordiger) beslissingen nemen. Als u zelf geen vertegenwoordiger hebt aangewezen, bepaalt de wet wie namens u kan beslissen.

Wilsverklaring

U kunt als u wilsbekwaam bent uw wensen vastleggen in een wilsverklaring. Hierin geeft u  bijvoorbeeld aan wie u vertegenwoordigt, wanneer u zelf niet (meer) in staat bent beslissingen over uw medische situatie te nemen. Dit noemen we een volmacht. Uw vertegenwoordiger neemt dan de besluiten op de momenten dat u dat zelf niet kan. Het is de bedoeling dat de vertegenwoordiger deze beslissingen neemt zoals u zelf zou hebben besloten of die het meest in het belang van u zijn.

Ook kunt u in een wilsverklaring aangeven in welke situaties u wel of niet (meer) behandeld wilt worden, voor als u dit op een later moment zelf niet meer kunt zeggen. U kunt bijvoorbeeld vastleggen in welke situatie u niet gereanimeerd of beademend wilt worden. Dit noemen we een behandelbeperking
De wilsverklaring moet altijd voorzien zijn van een (liefst recente) datum en handtekening van de patiënt. Hoewel een wilsverklaring niet automatisch verloopt, is het belangrijk om deze regelmatig te herzien en opnieuw te ondertekenen, vooral als de medische situatie of uw wensen veranderen. 

Wij adviseren de patiënt om zijn wensen altijd te bespreken met familie en/of naasten en de behandelend arts en verpleegkundigen op de hoogte te stellen van de wilsverklaring en waar deze te vinden is. Dan kan dit worden vastgelegd in het dossier van de patiënt.

De medisch specialist volgt in principe de schriftelijke wilsverklaring van de patiënt. Alleen als er goede medische redenen zijn, mag hiervan worden afgeweken. Bijvoorbeeld als de verklaring medisch niet klopt of een gevolg heeft dat duidelijk niet de bedoeling van de patiënt kan zijn.

De patiënt kan een wilsverklaring altijd intrekken. Het is daarbij wel heel belangrijk dat de behandelend arts en, indien van toepassing, de (in een volmacht aangewezen) vertegenwoordiger en de naaste familie hiervan op de hoogte zijn gesteld.

Kijk op Thuisarts.nl voor een voorbeeld van een schriftelijke wilsverklaring. 

Als de patiënt minderjarig is

Kinderen van 16 jaar en ouder zijn gelijkgesteld aan volwassenen. Zij mogen voor zichzelf beslissen.
Bij kinderen jonger dan 12 jaar is de toestemming van de ouders/voogd vereist voor iedere medische behandeling. De ouders kunnen besluiten om een behandelbeperking, zoals een niet-reanimeren afspraak, te maken.
Is het kind ouder dan 12, maar jonger dan 16, dan is toestemming van de ouders/voogd en het kind nodig. Wanneer ouders/voogd en kind het niet met elkaar eens zijn, geeft de wens/mening van het kind de doorslag. Indien gewenst kan het medisch maatschappelijk werk hierbij ondersteuning bieden. 

Weigeren van zorg door de patiënt of de zorgverlener

In de wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst staan de regels voor artsen en patiënten. In die wet staat ook beschreven dat artsen alleen mogen behandelen, als de patiënt dat wil. Dit betekent dat patiënten ‘nee’ kunnen zeggen tegen een behandeling of onderzoek. Ze kunnen ook besluiten om naar huis te gaan als ze dat willen. 

In de wet staat beschreven dat de medisch specialist en de patiënt in het belang van de patiënt moeten handelen. Als een patiënt niet kan beslissen in zijn of haar eigen belang en niet kan meedenken over de behandeling, kan de patiënt wilsonbekwaam zijn. Bij die patiënten, stellen we een vertegenwoordiger aan. De vertegenwoordiger moet in het belang van de patiënt handelen, meedenken en beslissen. De patiënt mag zelf een vertegenwoordiger aanwijzen of de partner, een kind of een vriend, kan optreden als vertegenwoordiger. 

Zie ook onder het stukje ‘Wilsbekwaam en wilsonbekwaam, hoe zit dat?’

Als een patiënt een behandeling weigert, wordt dat meestal gerespecteerd. Het is wel belangrijk om te kijken of de patiënt een goed beeld heeft van de situatie. Weet de patiënt genoeg over andere behandelingen en de mogelijke bijwerkingen? Daarom bespreekt de medisch specialist samen met de patiënt of de behandeling al dan niet zinvol is en kans van slagen heeft.

  • Uitgangspunt is: ‘Een patiënt is altijd wilsbekwaam, tenzij …’. Het is een eigen keuze om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen tegen een behandeling. De medisch specialist moet genoeg informatie geven voordat de patiënt kan beslissen.
  • Als de patiënt ‘nee’ zegt tegen de behandeling of naar huis wil, dan is de afspraak tussen de patiënt en de medisch specialist  (de behandelrelatie) daarmee beëindigd. Tenzij de patiënt  instemt met een andere behandeling of de behandeling uitstelt.
  • In noodsituaties kan de medisch specialist beginnen met de behandeling zonder dat er goedkeuring is, als de behandeling het leven van de patiënt kan redden.

Als er een schriftelijke verklaring is waarin staat dat de patiënt de behandeling weigert, moet de medisch specialist dat respecteren, tenzij er noodredenen zijn om dat niet te doen.

Wilsonbekwame patiënten, ouder dan 16 jaar

Mensen die niet goed kunnen meedenken en beslissen, moeten worden vertegenwoordigd door iemand die voor hen beslissingen kan nemen. Als deze vertegenwoordiger ‘nee’ zegt tegen een behandeling of wil dat de patiënt naar huis gaat, moet dat in het belang van de patiënt zijn. 

Weigering van zorg door de zorgverlener

Ook een medisch specialist kan een behandelingsovereenkomst met de patiënt weigeren of stoppen. Dat mag alleen als de medisch specialist daar goede redenen voor heeft. Bijvoorbeeld:

  • De vraag past niet bij wat de medisch specialist kan of weet.
  • De patiënt gedraagt zich heel slecht of agressief.

De medisch specialist moet bepaalde dingen doen, zoals:

  • De medisch specialist praat met de patiënt over zijn besluit.
  • De medisch specialist waarschuwt de patiënt meerdere keren en kijkt of herstel van de relatie mogelijk is.
  • De medisch specialist verleent noodzakelijke hulp totdat de patiënt een andere medisch specialist  heeft.
  • Als de patiënt het goedvindt, deelt de medisch specialist het patiëntendossier met de nieuwe medisch specialist.

Zorgverleners met een erkende medische registratie hebben het recht om vanwege persoonlijke redenen (gewetensnood) niet mee te werken aan bepaalde (be)handelingen. Ze moeten wel zorgen dat een andere medewerker van het ziekenhuis de zorg goed overneemt. 

Reanimatie/behandelbeperkingen (Niet Reanimeren Niet Behandelen)

Stoppen van de behandeling bij levenseinde

De medisch specialist kan in overleg met de patiënt en familie besluiten een behandeling te stoppen. Samen wordt dan gekeken wat mogelijk is om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.
Dit kan bijvoorbeeld met pijnbestrijding of met andere behandelingen.

Er kunnen twee redenen zijn om te stoppen met een levensverlengende behandeling of er niet mee te beginnen.

  1. De patiënt wil de behandeling niet.
    Dit geldt als de patiënt zelf een beslissing kan nemen.
  2. De behandeling heeft medisch gezien weinig of geen kans van slagen.
    Dat betekent dat de behandeling waarschijnlijk niet het gewenste resultaat geeft.
    Ook kan het zijn dat de nadelen groter zijn dan de voordelen.

De medisch specialist beoordeelt dit.

Palliatieve sedatie

Palliatieve sedatie is een manier om ernstig lijden te verlichten bij mensen die in de laatste fase van hun leven zijn. Het betekent dat een arts medicijnen geeft waardoor iemand slaperig wordt of in diepe slaap raakt. Dit gebeurt alleen als klachten, zoals pijn, benauwdheid of onrust, niet meer op een andere manier verlicht kunnen worden.

De arts besluit samen met het behandelteam of palliatieve sedatie nodig is. Er zijn duidelijke regels voor. Palliatieve sedatie mag alleen als:

  • Iemand ernstig lijdt.
  • Er geen andere behandelingen meer mogelijk zijn om de klachten te verminderen.
  • De levensverwachting korter is dan twee weken.

Als iemand geen klachten heeft of comfortabel is, wordt er niet gestart met palliatieve sedatie.

Wat is het doel?
Het doel van palliatieve sedatie is om ernstig lijden te verminderen. Het is niet bedoeld om het levenseinde te versnellen. Palliatieve sedatie is dus geen euthanasie. De patiënt overlijdt op een natuurlijke manier.

Overleg met patiënt en naasten
Als het mogelijk is, bespreekt de arts het besluit altijd met de patiënt. Ook wordt er overlegd met de naasten, zodat iedereen goed begrijpt wat er gebeurt en waarom.

Euthanasie

Veel mensen zijn niet bang voor de dood, maar voor het lijden voordat ze dood gaan. Ze vragen zich af: ‘Zal ik pijn hebben? Zal ik het benauwd hebben? Zal ik bang zijn?’. 

Veel mensen sterven op een ‘gewone’, natuurlijke manier: rustig en zonder veel pijn, angst of benauwdheid. Dat gaat vaak vanzelf of soms verloopt het sterven rustig door medicijnen. 

Euthanasie is een bijzondere en uitzonderlijke vorm van medisch handelen. Het woord euthanasie betekent ‘goed sterven’. Bij euthanasie maakt een medisch specialist een einde aan het leven, op verzoek van de patiënt. Dit verzoek moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Wanneer euthanasie?

Sommige mensen lijden zo erg, dat ze niet meer verder willen leven. Ze kunnen niet meer. Dan wordt gesproken van ondraaglijk lijden. Wat dat is, verschilt van mens tot mens. Het kan om lichamelijke klachten gaan, zoals pijn, uitputting, misselijkheid of benauwdheid. Het kan ook om geestelijke klachten gaan, zoals angst, somberheid en verwarring. Vaak gaat het om een combinatie van klachten. 

De patiënt zelf kan het beste aangeven wanneer het lijden ondraaglijk wordt. De ene persoon beleeft nog goede of waardevolle momenten. Voor een ander is dat niet meer zo. Veel mensen bespreken een wens voor euthanasie eerst met hun huisarts. Ook in het ziekenhuis kan een patiënt hierover praten met een medisch specialist. De medisch specialist kijkt samen met de patiënt welke keuzes er zijn. Een medisch specialist is niet verplicht om euthanasie uit te voeren. De 

Beëindigen van de zwangerschap

Er zijn uiteenlopende redenen om een zwangerschap vroegtijdig te beëindigen. Bijvoorbeeld als een zwangerschap ongewenst is. In Nederland mag je een zwangerschap beëindigen tot 24 weken. Het beëindigen van een zwangerschap is een ingrijpende gebeurtenis. In het Dijklander Ziekenhuis kunnen zwangere vrouwen hierover met een gespecialiseerd maatschappelijk werkende praten. Deze helpt bij het nemen van een beslissing en begeleidt de zwangere vrouw tijdens het proces en bij de verwerking van het beëindigen van de zwangerschap. Ook kunnen vrouwen met de maatschappelijk werkende hun wensen en ideeën over het afscheid van hun kindje bespreken. 

Vrijheidsbeperkende Interventies (VBI)

Vrijheidsbeperkende interventies zijn maatregelen om de bewegingen van een patiënt te beperken.

Er zijn verschillende soorten, van mild tot zwaarder. Deze maatregelen worden soms gebruikt bij patiënten die erg onrustig zijn door een lichamelijke of psychische ziekte.

Uitgangspunten voor het gebruik van vrijheidsbeperkende interventies

Voor VBI wordt gekozen als de verpleegkundige en/of de medisch specialist er bang voor zijn dat een patiënt zichzelf en/of anderen in gevaar brengt. 

De uitgangspunten van het Dijklander Ziekenhuis voor het gebruik van VBI zijn: 

  • VBI mag alleen worden toegepast als het echt niet anders kan (Nee, tenzij…).
  • Bij het toepassen moet altijd gezocht worden naar de mildste vorm van VBI, welke het meest geschikt is om het gestelde doel (veiligheid voor de patiënt en zijn/haar omgeving) te bereiken.
  • De meest ingrijpende vorm (het fixeren van de patiënt) wordt alleen toegepast in uiterste nood en komt bijna nooit voor. 
  • De beslissing om VBI toe te passen, in welke vorm dan ook, moet altijd zorgvuldig en veilig worden genomen na overleg, ook met de patiënt (en/of wettelijke vertegenwoordiger) en familie.
  • Het gebruik van VBI moet schriftelijk worden gedocumenteerd in het patiëntendossier. 
  • Dagelijks wordt bekeken of de VBI maatregel nog steeds nodig is, of gestopt kan worden. 

Als er vragen of zorgen zijn over het gebruik van VBI, kunnen deze altijd besproken worden met de betrokken verpleegkundige of arts. 

Orgaan- en weefseldonatie

Voor of na overlijden van patiënten kunnen er vragen ontstaan rondom orgaan- en weefseldonatie. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een familielid is overleden en er beslissingen moeten worden genomen over het doneren van organen en/of weefsels.

Er is in Nederland een tekort aan organen, niet aan weefsels. Orgaan- en weefseldonatie is echter niet vanzelfsprekend. Donatie is een emotionele gebeurtenis voor de nabestaanden van de donor. Daarom is het  belangrijk om hier goed over na te denken, eigen wensen in het donorregister vast te leggen en keuzes met familie te bespreken. In de meeste gevallen kunnen organen levens redden en weefsels de kwaliteit van leven van de ontvanger aanzienlijk verbeteren. 

Hoe wordt orgaan- en weefseldonatie geregeld in het Dijklander Ziekenhuis? 

Bij elk (komend) overlijden beoordeelt de dienstdoende arts of de persoon geschikt is als donor, rekening houdend met leeftijd en medische geschiedenis. Als de persoon geschikt is, raadpleegt de medisch specialist het Donorregister om te zien wat de wens van de persoon is. 

De medisch specialist bespreekt de registratie altijd met de nabestaanden. Het kan voorkomen dat de registratie volgens hen niet overeenkomt met de wens van hun dierbare. De medisch specialist gaat dan in gesprek, waarbij de nabestaanden de mogelijkheid hebben om aannemelijk te maken dat de registratie niet juist is.  Het uitgangspunt van de medisch specialist is om zoveel mogelijk recht te doen aan de wil van de patiënt. Het uiteindelijke oordeel ligt bij de medisch specialist. 

Wat wordt verstaan onder nabestaanden? 

Onder de nabestaanden vallen: echtgenoot/partner, kinderen, ouders, broers/zussen, schoonouders, zwagers/schoonzussen, etc. Naasten zijn mensen die een (grote) rol spelen in het leven van de patiënt. 

Wat is orgaandonatie? 

De procedure voor orgaandonatie begint meestal wanneer iemand op de intensive care ligt en niet meer beter kan worden en behandelen zinloos is. Artsen onderzoeken dan of deze patiënt orgaandonor kan worden. Orgaandonatie vereist zorgvuldig onderzoek, zoals bloedonderzoek en een CT-scan. Organen die kunnen worden gedoneerd zijn het hart, de nieren, de lever, de longen, de alvleesklier en de dunne darm. Om te zorgen dat het donatieproces zo soepel mogelijk verloopt, komt een orgaandonatiecoördinator naar het ziekenhuis.

Wat is weefseldonatie?

Iedereen kan weefseldonor zijn. Weefsels die kunnen worden gedoneerd zijn oogweefsel, huid, hartkleppen, bloedvaten, bot- en kraakbeen en peesweefsel. Weefseldonatie kan zowel thuis, in een verzorgings- of verpleeghuis, als in een ziekenhuis worden gestart. Uitname van weefsels gebeurt in het mortuarium van het ziekenhuis of een uitvaartcentrum. Bij bot-, kraakbeen- en peesweefsel moet de uitname altijd plaatsvinden in een operatiekamer voor steriliteit. Na de operatie zorgen de medewerkers die het weefsel uitnemen ervoor dat de donor er goed uitziet. Daarna kan de overledene naar de gewenste locatie gaan voor de begrafenis of crematie. 

De extra kosten voor orgaan- en weefseldonatie worden niet door de nabestaanden betaald. De kosten worden betaald door de zorgverzekeraar van de ontvanger, bijvoorbeeld voor extra onderzoeken bij orgaandonatie of een langer verblijf in het mortuarium bij weefseldonatie. 

Vragen

Zijn er vragen over orgaan- en weefseldonatie? Dan kan men contact opnemen met de donatiecoördinator.
Email: donatiecoordinator@dijklander.nl 
Telefoonnummer: 06-57 33 49 56 (bereikbaar tijdens kantoortijden)

Meer informatie
orgaandonatie.nl